FAQ: Trouwen & Partnerschap
Huwelijkse voorwaarden
Situatie
De heer Van Wel is al jaren weduwnaar en vindt het eenzame bestaan nauwelijks de moeite waard, tot hij op een goede dag een alleraardigste jonge dame ontmoet. Mia is weliswaar bijna dertig jaar jonger, maar zegt dat ze veel om hem geeft en graag met hem wil trouwen. De kinderen van de heer Van Wel zien op de achtergrond toe. Zij vertrouwen Mia niet echt; het gaat allemaal zo snel. Als ze hun vader erop aanspreken zegt hij dat het hem niets kan schelen hoe zij erover denken en dat hij en Mia binnenkort gaan trouwen. Jaap, de oudste zoon, probeert zijn vader toch te overtuigen van de noodzaak om in ieder geval huwelijkse voorwaarden te maken. Vader bezit een mooi eigen huis met een waarde van zo’n € 400.000 en heeft een riant saldo op zijn spaarrekeningen staan. Mia bezit hoegenaamd niets. Vader is beledigd door de suggestie van Jaap. Het huwelijk wordt voltrokken zonder dat er huwelijkse voorwaarden zijn gemaakt. Dan gebeurt waar de kinderen al bang voor waren. Binnen een half jaar laat Mia weten genoeg te hebben van de heer Van Wel. Ze wil scheiden. De gemeenschap van goederen, zo vertelt zij de oude man stralend, moet verdeeld worden. Zij ontvangt graag de helft van de waarde in contanten. Na lang touwtrekken tussen de advocaten van beide partijen komt men tot een compromis. De heer Van Wel moet een bedrag van € 300.000 aan Mia uitkeren. Omdat hij dat niet in contanten heeft, moet hij zijn huis verkopen en haar uit de opbrengst daarvan betalen. Hoe had hij dit alles beter kunnen regelen?
Antwoord
Met huwelijkse voorwaarden kunnen de vermogens van beide partners gescheiden blijven. Dan kan de partner na echtscheiding geen aanspraak maken op een deel van zijn vermogen.
Situatie
De heer Pieters en zijn vrouw zijn 35 jaar geleden op huwelijkse voorwaarden getrouwd. Zij hebben een zogenaamde koude uitsluiting afgesproken. Toen zij trouwden, had mevrouw Pieters een grote uitzet en een kleine spaarrekening. De heer Pieters bezat nog niets, maar nam tijdens zijn huwelijk een wijs besluit. Hij begon voor zichzelf een bedrijf in wegwerpservies. Dat bedrijf is nu zo’n succes, dat het vermogen van de heer Pieters op ongeveer € 1.000.000 wordt geschat. Aan de huwelijkse voorwaarden hebben ze eigenlijk nooit meer gedacht. Totdat de heer Pieters plotseling overlijdt. Kinderen hebben ze niet, dus mevrouw Pieters is de enige erfgenaam. Echtgenoten zijn volgens de wet erfgenaam van elkaar, ongeacht het feit of ze op huwelijkse voorwaarden zijn getrouwd. Maar over het vermogen van € 1.000.000 moet mevrouw Pieters wel ongeveer € 70.000 erfbelasting betalen. Indien het echtpaar Pieters in gemeenschap van goederen was getrouwd, had mevrouw geen cent erfbelasting hoeven te betalen. De helft van het vermogen was dan al van haar geweest op grond van het huwelijksgoederenrecht. Over de andere € 500.000 die zij dan zou erven, zou zij geen erfbelasting verschuldigd zijn, omdat echtgenoten een vrijstelling hebben van ruim € 600.000. Hadden zij nu kunnen voorkomen dat mevrouw Pieters erfbelasting moet betalen?
Antwoord
Huwelijkse voorwaarden worden bij voorkeur vóór het huwelijk gemaakt. Ook tijdens het huwelijk kunnen huwelijkse voorwaarden worden gemaakt of veranderd. Als een bedrijf na een opbouwperiode goed gaat lopen, kunnen de ondernemer en zijn partner hun huwelijkse voorwaarden aanpassen. Met het oog op het risico dat een eigen bedrijf natuurlijk toch meebrengt, zouden zij wel gewoon gescheiden vermogens kunnen houden, maar tevens kunnen afspreken dat er aan het eind van het huwelijk afgerekend zou worden alsóf er gemeenschap van goederen tussen hen had bestaan. Zo’n regeling heet een ‘finaal verrekenbeding’.
Huwelijkse voorwaarden kunnen ook worden opgeheven, bijvoorbeeld na pensionering van de partner/ondernemer, om de gemeenschap van goederen van toepassing te laten worden.
Situatie
Bert en Carolien zijn van plan te trouwen. Ze wonen nu al samen in het huis dat Carolien heeft geërfd van haar vader. Bert wil samen met zijn broer een eigen bedrijfje opzetten. Carolien werkt op een assurantiekantoor. Zij vindt het toch wel een risico dat Bert een eigen zaak begint en wil voorkomen dat haar huis gevaar loopt ingeval het mis mocht gaan. Wat kan ze doen?
Antwoord
Ook als partijen onder huwelijkse voorwaarden zijn getrouwd, kunnen bij een faillissement van de ene partner de goederen van de andere partner mee worden geëxecuteerd om de schuldeisers van de failliet uit te keren. Dat is alleen anders als de niet-failliete echtgenoot kan aantonen dat hij bepaalde goederen met eigen geld heeft betaald. Het maken van huwelijkse voorwaarden met scheiding van goederen levert dus minder zekerheid op dan je zou denken, maar het is wel veiliger dan gemeenschap van goederen.
Situatie
In onze huwelijkse voorwaarden is het volgende opgenomen: “De kosten van de gemeenschappelijk gevoerde huishouding moeten door beide echtgenoten worden betaald naar evenredigheid van hun inkomen”. Hoe moeten we dat berekenen? Ik verdien € 2.600,00 (bruto) per maand en mijn echtgenoot verdient per maand € 1.900,00 (bruto).
Antwoord
Uw totale maandelijkse inkomen bedraagt € 4.500,00 (bruto). Stel dat uw huishoudkosten elke maand € 1.350,00 bedragen. In de huwelijkse voorwaarden is opgenomen dat u naar evenredigheid deelt in de huishoudkosten. Op grond van deze afspraak betaalt de echtgenoot die € 1.900,00 verdient aan de huishoudkosten € 570,00 (€ 1.900,00/€ 4.500,00 x € 1.350,00). De echtgenoot die € 2.600,00 verdient betaalt € 780,00 (€ 2.600,00/€ 4.500,00 x € 1.350,00).
Pensioenverdeling na echtscheiding
Situatie
De heer en mevrouw Oud zijn ruim twintig jaar in gemeenschap van goederen getrouwd als zij besluiten te scheiden. Op het moment dat de echtscheiding van kracht wordt, is de heer Oud 52 jaar en mevrouw 48. Oud heeft gedurende zijn hele loopbaan ouderdoms- en weduwepensioen opgebouwd. Voor de verrekening van het opgebouwde pensioen* geldt, dat de waarde van het pensioen dat de heer Oud heeft opgebouwd gedurende de jaren voorafgaand aan zijn huwelijk ook moet worden betrokken in de verrekening.
Antwoord
Voor echtscheidingen na 1982 en voor 1995 geldt het volgende: De echtgenote heeft recht op de helft van het opgebouwde ouderdomspensioen, dat de echtgenoot aan haar moet uitkeren op het moment dat zijn pensioen ingaat. Wanneer het pensioen ingaat doordat de echtgenoot overlijdt, zullen zijn erfgenamen het pensioenbedrag aan de voormalige echtgenote moeten uitkeren. Zij krijgt in deze regeling dus geen zelfstandig recht tegenover het pensioenfonds! Overigens heeft de echtgenote na overlijden van de echtgenoot tevens recht op het volledige weduwepensioen dat deze tot aan de scheiding had opgebouwd.
*Pensioenverevening volgens de wet
Voor echtscheidingen vanaf 1 mei 1995 is een standaardverdeling opgenomen in de wet. Daarbij krijgt ieder van de echtgenoten de helft van het opgebouwde ouderdomspensioen. Als vervolgens degene overlijdt die het ouderdomspensioen niet zelf heeft opgebouwd, krijgt de ander weer het volledige ouderdomspensioen. Als degene overlijdt die wél zelf het ouderdomspensioen heeft opgebouwd, kan de ander bijzonder nabestaandenpensioen krijgen. Ook kunnen de ex-echtgenoten een andere verdeling afspreken.
Situatie
De heer en mevrouw De Niet zijn dertig jaar getrouwd als zij in augustus 1995 scheiden. Mevrouw De Niet is 57 jaar en haar echtgenoot 59. Tijdens hun huwelijk heeft de heer De Niet 32 jaar gewerkt; al die tijd heeft hij pensioen opgebouwd. Mevrouw heeft geen pensioenaanspraken opgebouwd. Zij hebben geen nadere afspraken gemaakt over de verdeling van het ouderdomspensioen. Hoe wordt het pensioen nu verdeeld?
Antwoord
De echtgenote krijgt op het moment dat haar ex-echtgenoot met pensioen gaat de helft van het ouderdomspensioen dat hij tijdens hun huwelijk heeft opgebouwd. Het pensioen wordt uigekeerd door de pensioenvoerder. Wanneer deze binnen twee jaar na de echtscheiding via een speciaal daarvoor bestemd formulier kennis neemt van de echtscheiding, ontvangt de echtgenote het pensioengeld op haar eigen bankrekening.
Wanneer de melding niet binnen twee jaar na de echtscheiding plaatsvindt, houdt de echtgenote haar recht op de helft van het pensioen, maar moet zij bij de ingang van het pensioen deze helft bij haar ex-echtgenoot invorderen.
Situatie
De heer en mevrouw De Jong scheiden in juni 1996 na een huwelijk van 24 jaar. De heer De Jong heeft tijdens zijn huwelijk steeds gewerkt en pensioen opgebouwd. Mevrouw De Jong heeft wel af en toe wat gewerkt, maar geen pensioen vergaard. Ze hebben een dochter van 22 jaar. De heer en mevrouw De Jong waren in gemeenschap van goederen getrouwd. Enkele jaren later hertrouwt de heer De Jong. Hij is blij een nieuwe vrouw te hebben gevonden en verheugt zich erop om na zijn pensionering met haar van het leven te gaan genieten. Dan realiseert hij zich dat bij de echtscheiding niets speciaals is geregeld over de pensioenverdeling.
Antwoord
Als er bij de echtscheiding niets is geregeld, is de standaardverdeling volgens de wet van toepassing. De eerste echtgenote heeft dus recht op de helft van het pensioen (van de man) dat tijdens het huwelijk is opgebouwd. De man heeft, met zijn tweede echtgenote, recht op de andere helft van het tijdens zijn vorige huwelijk opgebouwde pensioen, plus het hele pensioen dat hij na de echtscheiding opbouwt. Zijn tweede huwelijk heeft géén invloed op de pensioenrechten van zijn eerste vrouw. Als zijn tweede echtgenote een stuk jonger is dan hij, zal hij zich afvragen of hij haar wel goed verzorgd achterlaat als hij zou komen te overlijden. Een verstandige vraag. Blijkt dat niet het geval, dan dienen de man en zijn nieuwe vrouw nog aanvullende regelingen te treffen.
Situatie
De heer en mevrouw Van Duuren zijn in 1960 onder huwelijkse voorwaarden getrouwd. Deze voorwaarden houden in dat er geen gemeenschap van goederen is, ook hebben zij hierin geen regeling met betrekking tot pensioenen getroffen. Eind 1995 besluiten zij om te scheiden. Zij hebben tijdens hun huwelijksjaren beiden gewerkt en ieder een pensioen opgebouwd. Moet het pensioen in dit geval ook worden verdeeld?
Antwoord
Als zij ongeveer evenveel pensioen hebben opgebouwd, hoeft er eigenlijk niet verdeeld te worden. Maar als de opbouw van de twee pensioenen erg verschilt, kan het grootste pensioen bijvoorbeeld worden verdeeld met inachtneming van hetgeen de partner met het kleinste pensioen al krijgt.
Scheiding
Situatie
Jan en Karel wonen al jaren samen in een huis dat ze ooit samen hebben aangekocht. Ze zijn ieder eigenaar van de helft van het pand. Ze hebben het huis gekocht voor € 150.000 maar door de jaren heen is het aardig in waarde gestegen. Ze hebben er ook het nodige aan opgeknapt. Er zit nog een hypotheek op van € 100.000. De verhouding tussen Jan en Karel wordt de laatste tijd een stuk slechter en op een dag deelt Karel mee dat hij het niet meer ziet zitten met Jan. Karel vertrekt. Hij vindt dat het huis maar verkocht moet worden en dat ze ieder de helft van de opbrengst moeten krijgen nadat de hypotheek is afgelost. Jan voelt daar echter niets voor. Hij is enorm gehecht aan het huis en moet er niet aan denken het te verlaten. Hij heeft een goed inkomen en stelt voor om de helft van Karel over te nemen. De huizen in de straat van Jan en Karel zijn goed te verkopen. Onlangs zijn er nog twee verkocht voor € 300.000. Karel zegt dat hij wel akkoord gaat met verkoop aan Jan voor die prijs. Dat zou betekenen dat Karel de helft van de opbrengst bij verkoop zou krijgen onder aftrek van zijn aandeel in de hypothecaire schuld van € 100.000. Hij wil dus € 100.000 (150.000 minus 50.000) ontvangen. Jan voert tegen die prijs in, dat hij dacht dat hij het in bewoonde staat kon kopen, dus zo’n zestig procent van de prijs in onbewoonde staat. Hij heeft niet genoeg geld om Karel het volle pond uit te betalen. Bovendien woont hij er nog. Sterker, hij is niet van plan weg te gaan. Maar Karel is bang dat Jan – nadat hij het huis voor een lagere waarde gekocht heeft – weer doorverkoopt voor € 300.000. En hij zou dan niets van de winst krijgen. Omdat ze er toch op een redelijke manier uit willen komen, adviseert een goede vriend hun een bezoek aan de notaris te brengen. Misschien dat die iets weet.
Antwoord
Stel de waarde van het huis in bewoonde staat op € 200.000. Als beide partners het met de bank kunnen regelen dat partner A de hypothecaire schuld van € 100.000 voor zijn rekening neemt, dan betekent dit dat partner A een bedrag van € 50.000 aan partner B moet betalen voor de helft van het huis. Maar daarnaast wordt in de akte waarin het huis op A’s naam wordt gezet, bepaald dat indien deze het huis binnen bijvoorbeeld vijf jaar verkoopt, de dan te maken winst moet worden gedeeld met partner B. Hoewel de hoofdregel is dat het huis in onbewoonde staat toegedeeld moet worden, kan B er toch wel mee akkoord gaan. B hoeft niet bang te zijn dat A het huis meteen met winst doorverkoopt zonder dat hij daar een cent van ziet. Ze vinden dit beiden een redelijke oplossing.
Situatie
Na de echtscheiding van Dick en Angela moet Dick alimentatie betalen voor Angela en hun twee kinderen. Omdat ze er in onderling overleg niet uitkwamen, heeft de rechter een bedrag bepaald. Dick maakt dit trouw iedere maand over. Na een paar jaar ontmoet hij Elly – een mooie vrouw met een dure smaak. Om bij haar een kans te maken heeft Dick zijn salaris hard nodig. De maandelijkse alimentatie-betalingen drukken zijn budget en de kansen op Elly. Tijdens een avondje uit, na een duur etentje, raken zij aan de praat met Peter en Suzan. Peter is een geslaagd zakenman die vooral in financiële zaken een expert is. Dick vertelt Peter in een openhartige bui over zijn financiële zorgen. Het valt niet mee om je ex-vrouw te moeten onderhouden terwijl je ook op zoek bent naar een nieuwe partner. Peter vindt het ook niet erg slim van Dick dat hij nog steeds alimentatie aan zijn ex-vrouw betaalt. Hij zelf was weliswaar niet getrouwd maar woonde jaren samen met Evelien. Ze hadden ook twee kinderen, maar aan Evelien heeft hij slechts een maand of vier alimentatie betaald. Toen kreeg hij zoveel kosten aan andere vrouwen, dat hij gestopt is. Ze heeft nog wat gesputterd, vertelt hij, maar dat hield al snel op. Nu heeft ze een bijstandsuitkering. Dick vraagt zich af waarom hij nooit op zulke slimme vondsten komt, Elly trouwens ook. Dick besluit meteen te stoppen met betalen aan Angela. Hij maakt wel het bedrag over waar zijn kinderen recht op hebben. Angela is geheel overdonderd wanneer Dick haar schrijft dat hij niet langer van plan is haar te betalen. Ze moet maar naar de sociale dienst gaan, zegt hij. Ze gaat, want ze ziet het niet zitten om weer te gaan strijden met Dick. Ze vraagt zich af of dat nu allemaal zo maar kan.
Antwoord
Als de ex-echtgenoot niet meer betaalt, krijgt de vrouw een bijstandsuitkering, maar de gemeente gaat het uitgekeerde bedrag wel bij de man verhalen. De onderhoudsplicht die tijdens het huwelijk bestaat, geeft na een echtscheiding aan de ex-echtgenoot recht op alimentatie. Dit geldt niet wanneer een samenwoning wordt beëindigd; de ex-partner heeft dan geen recht op alimentatie, omdat er in de wet niets is geregeld over een onderhoudsverplichting voor samenwoners. De gemeente kan daarom niets verhalen op ex-samenwoners.
Situatie
Steven en Marjan zijn ruim tien jaar getrouwd als zij besluiten te scheiden. Ze hebben twee kinderen, die bij Marjan blijven. Er wordt alimentatie afgesproken voor Marjan en de kinderen. Marjan blijft in het oude huurhuis wonen. De jaren gaan voorbij en op een zekere dag ontmoet Marjan Daan, een aardige man, ook gescheiden. Hij kan het goed vinden met de kinderen en na een paar jaar besluiten ze te gaan samenwonen. Ze wonen nog maar een maand bij elkaar als Marjan een brief van Steven ontvangt waarin hij haar schrijft dat hij, nu ze met Daan samenwoont, geen alimentatie meer aan haar wil betalen. Daan heeft een goede baan en kan best voor haar zorgen, vindt hij. Marjan vindt het belachelijk; Steven hoeft er toch niet beter op te worden nu zij samenwoont? Hoe zit dit?
Antwoord
De alimentatieplicht voor de ex-echtgenoot houd op wanneer degene die recht heeft op alimentatie gaat samenwonen. De ex-echtgenoot kan de rechter vragen zijn alimentatieplicht te beëindigen. Soms spreken de ex-echtgenoten af, dat de alimentatie pas wegvalt als de nieuwe partners een proefperiode goed hebben doorstaan. Het gaat hierbij overigens alleen over de alimentatie aan de ex-echtgenoot. De kinderalimentatie moet gewoon doorbetaald worden. Mogelijk moet de nieuwe partner van zijn ex-vrouw ook alimentatie aan diens ex-echtgenote betalen. Het feit dat hij nu een nieuwe partner moet onderhouden kan een reden zijn voor aanpassing van zijn alimentatie aan zijn ex-echtgenote. Dan kan hij zich voor een wijziging tot de rechter wenden.

